© Lowe Alpine
© Lowe Alpine

Wandelen is eigenlijk een hele eenvoudige bezigheid. Als je in de juiste stemming bent sta je gewoon op, ga je de deur uit en voilà, je wandelt. Maar als je écht comfortabel wilt genieten van je eerste echte dagtocht dan zijn er een paar eenvoudige stappen die je kan nemen.

Meer weten? Loop dan even door onderstaande tips…

Door Phoebe Smith/Lowe Alpine

Begin in de buurt

Als je je eerste echte dagwandeling gaat maken, dan is het handig ergens te beginnen waar het relatief vertrouwd voelt, zodat je niet meteen last van ‘verdwaalstress’ krijgt. Dus pak een kaart (schaal 1: 25.000 is het beste voor de details) van je omgeving en zoek een mooie route in de groene ruimte, weg van de bebouwde kom.

Blijf op de wandelpaden

Van de gebaande paden af gaan is onderdeel van het plezier tijdens het wandelen. Maar als je net begint, dan kan je deze vorm van verkenning beter even bewaren voor later. Op de paden lopen betekent ook dat mer kans hebt andere wandelaars zult tegenkomen, die je kunnen adviseren over routes en bezienswaardigheden. Mensen worden namelijk spraakzamer en vriendelijker op ongeveer anderhalve kilometer van een parkeerplaats. Dit is natuurlijk puur gebaseerd op eigen observatie, maar je zult merken dat mensen echt met elkaar praten als ze in de natuur lopen...

Zoek op je kaart naar de openbare voetpaden en ruiterpaden. Neem vervolgens een markeerstift en probeer er een aantal te combineren om een ​​lus te vormen - het kan een beetje saai zijn om gewoon een rechte lijn te lopen, een rondje kan helpen om te variëren.  

Je doet het voor de lol: geniet

Probeer niet om een bepaald aantal kilometers af te leggen op je eerste dagwandeling. Normaal is 15-20 kilometer een goede afstand om naar te streven. De gemiddelde persoon - op vlakke grond, zonder te stoppen - loopt met een snelheid van ongeveer 4 km per uur. Op heuvelachtig terrein moet je een extra 10 minuten per 100m beklimmen optellen (tel de hoogtelijnen op de kaart, 10 hoogtelijnen = 100m = 10 minuten extra). Voeg dan ongeveer 30 minuten toe voor de lunch en nog eens 30 minuten voor het maken van foto’s. Probeer om 6 uur aan te houden voor je eerste wandeling en bedenk ook dat je meer tijd nodig kan hebben, afhankelijk van je conditie.

Plan B paraat

Plan altijd vluchtroutes - een kortere weg terug naar je vertrekpunt - in, voor het geval het te lang duurt, je te moe wordt of het weer verandert. Zorg ook dat je een tijd in je hoofd hebt waarop je omkeert als je nog niet halverwege bent, zodat je niet in het donker hoeft te lopen – dat kan nogal zenuwslopend zijn als je er niet aan gewend bent.

Check het weer

Je wilt genieten van je wandeling, dus je kiest het beste weer om te gaan. Urenlang in de regen lopen vindt niemand leuk. De meest nauwkeurige voorspellingen zijn te vinden op buienradar.nl of weeronline.nl voor Nederland en Europa in het algemeen. Voor bergachtige gebieden kun je het best op mountain-forecast.com terecht.

Eet als een koning

Als je gaat wandelen dan kan je zonder schuldgevoel veel eten! Je hebt de energie zeker nodig en door te lopen verbrand je het snel. Dus neem voldoende etenswaren mee. Noten, gedroogd fruit en graanrepen zijn een goede keus. Maar wees niet bang om ook voedsel mee te nemen dat je erg lekker vindt, of het nu gaat om chocola, chips of snoep.

Geen paniek

Mocht je toch verdwalen, probeer dan niet in paniek te raken. Als je de weg naar je laatst bekende locatie nog terug kunt vinden, loopt dan terug en bekijk de situatie opnieuw. Weet je het echt niet meer, stop dan. Neem wat te eten en te drinken, trek een extra laag kleding aan (als het koud is) en bestudeer je kaart. Wees niet te trots om hulp te vragen wanneer je andere wandelaars tegenkomt. Wandel je in de bergen, onthoud dan dat de reddingsdienst ter plaatse bijna altijd een vrijwilligersdienst is en geen door de overheid gefinancierde dienst. Dus... zorg ervoor dat het echt een laatste redmiddel is als je belt.

Vergeet je camera niet

Vergeet niet om je camera of mobiel mee te nemen voor die memorabele topopname. Als je je telefoon gebruikt, laad deze dan op voordat je weggaat, zodat je niet zonder batterij zit. Neem eventueel een extra powerbank mee, zodat je tussentijds kan opladen. Telefoons kunnen snel leeg raken bij koud weer.

Rugzak

Voor dagtochten kan een kleinere rugzak worden gebruikt - alles tussen de 20 en 30 liter, zoals de AirZone Trail of de Aeon 27 van Lowe Alpine. Beide rugzakken zijn beschikbaar in speciale maten voor dames (smallere schouders, bredere heupen) en heren (bredere schouders, smallere heupen) Het is handig om verschillende rugzakken te proberen, om te zien welke het fijnste draagt, omdat ze worden gemaakt met verschillende lichaamsvormen in gedachten.

Let bij de aanschaf van een rugzak op een degelijk ventilatiesysteem, zodat de lucht kan circuleren en je niet te bezweet raakt. Zachte, flexibele en geventileerde schouderbanden en een heupriem zijn fijn om het gewicht goed te verdelen en je wandeling prettig te houden.

Ook handig zijn zijzakken voor het dragen van je waterfles of statief. Om je spullen droog te houden tijdens een regenbui, moet je ofwel investeren in drybags (die je in je rugzak gebruikt) of in een regenhoes. In veel Lowe Alpine rugzakken wordt een regenhoes standaard meegeleverd.

Accessoires

Zeker meenemen als je bijvoorbeeld de bergen in gaat: handschoenen en een muts. Een Buff® is handig om je nek warm te houden. In de winter is een hoofdlamp fijn als je in het donker loopt. En wandelstokken zijn ook handig: ze halen tot 30% van de impact op je knieën af bij het afdalen van hellingen en helpen je om gemakkelijker te lopen op een vlakke ondergrond.

Kleding in lagen

Neem een ​​fleecetrui mee om als middenlaag te dragen om je warm te houden. Dit draag je over je 'baselayer': een T-shirt of top, liefst van merinowol, bamboe of polyester (niet van katoen!). Katoen wordt vochtig en voert het vocht niet af. Vergeet ook niet om een gewatteerd jack mee te nemen, van dons of synthetische dons, zodat je dat aan kan trekken als je even pauzeert. Hiermee voorkom je dat je teveel afkoelt, vooral wanneer je op grotere hoogte bent of op een grote open vlakte.

Waterdichte kleding

Essentieel bij het wandelen, hoe het weer er ook uitziet als je op weg gaat. Vergeet niet dat je een waterdichte broek en een jas nodig hebt om droog te blijven.

Kaart en kompas

Natuurlijk kan je de GPS op je telefoon of apparaat gebruiken, maar een papieren kaart als back-up is ook belangrijk.

Eten en drinken

Absoluut onmisbaar! Neem je ​​lunch mee in zo min mogelijk verpakking, want je afval moet je ook weer meenemen. Vergeet je gevulde waterfles niet en neem meer eten mee dan je denkt nodig te hebben.

EHBO doos

Het is handig om op zijn minst een paar blarenpleisters en gewone pleisters mee te nemen... voor het geval dát. Neem ze mee in een handige Lowe Alpine Drybag, dan blijft alles mooi droog.

Schoeisel

Hoge of lage wandelschoenen: de keuze is aan jou. Lage wandelschoenen zijn normaal gesproken prima op paden en een vlakkere ondergrond, hoge wandelschoenen zijn meestal fijner om in de heuvels of de bergen te wandelen en bij het dragen van een zware rugzak omdat ze een goede ondersteuning bieden voor de enkel.

En tenslotte ... een avontuurlijke geest!

Belangrijk: waar je ook gaat, vergeet niet van de ervaring te genieten!