© foto Shutterstock
© foto Shutterstock

Iedere wandelaar heeft er weleens eentje gezien: een ‘witte reiger’. In vrijwel alle graslandpolders in ons land lopen in de winter tegenwoordig grote zilverreigers rond.

Grote – en ook kleine – zilverreigers kwamen tot in de 80-er jaren amper voor in Nederland. Doordat ze beter worden beschermd én door de komst van de Oostvaardersplassen gaat het echter steeds beter met de grote zilverreiger. De laatste jaren zijn er ’s winters zo’n 4.900 tot 9.500 grote zilverreigers in Nederland waarvan er jaarlijks zo’n 150 tot 240 paren broeden.

Van grotere afstand kun je grote zilverreigers gemakkelijk verwarren met lepelaars, al komen die in de winter veel minder voor in ons land. Lepelaars zijn echter kleiner, hebben een kortere hals en een lange zwarte snavel; grote zilverreigers hebben een gele snavel en zwarte poten. Grote zilverreigers bewegen ook heel anders: ze lopen bedachtzaam of staan stil als ze een prooi – bijvoorbeeld een muis - op het oog hebben.

Je vindt de grote zilverreiger in de winter in grote delen van het land in polders met sloten en in moerasgebieden. Slapen doen ze samen in moerasbosjes. In de Biesbosch zijn al eens bijna 1000 grote zilverreigers geteld bij een zgn. slaapplaats-telling.