Foto: Shutterstock
Foto: Shutterstock

De Lemelerberg krijgt in de toekomst veel meer heide. Landschap Overijssel start de komende week met de uitvoering van de werkzaamheden en houtkap op de Lemelerberg en in Beerze.

In Overijssel is de afgelopen eeuw bijna 90 procent van de heide verdwenen. Ook op de Lemelerberg en in Beerze nam door de jaren heen steeds meer bos de plaats in van heide. Omdat beidegebieden door de Europese Unie zijn aangewezen als Natura 2000-gebied, wordt hier de heide hersteld en uitgebreid. Daarom wordt het komende half jaar in beide natuurgebieden bos gekapt.

Op de Lemelerberg wordt de huidige 350 hectare heide in drie jaar tijd uitgebreid naar 500 hectare. Dat betekent dat 150 hectare bos gekapt wordt. Dat is 10 procent van al het bos in het 'Vecht Beneden Regge-gebied'. In Beerze gaat het in totaal om 55 hectare bos dat plaats gaat maken voor heide.

Marten Meyling, projectleider Natura 2000 Beerze: ‘Om de conditie van de heide, het hoogveen en de zandverstuiving te verbeteren, moeten we in Beerze de verdroging tegengaan. Dat doen we door het dempen van slootjes en het verwijderen van bos, want bomen verdampen veel water. Op die manier herstellen we de waterhuishouding.’ Het hoogveen in Beerze is een uniek veentype van soms wel vijf meter dik, dat in duizenden jaren is ontstaan. Het landschap wordt in de toekomst niet alleen natter, maar ook opener. Meyling: ‘We brengen de nu geïsoleerde heideterreintjes bij elkaar en ook de zandverstuiving breiden we uit. Enkele wandelroutes worden aangepast, zodat bezoekers nog beter kunnen genieten van deze parel.’

Datzelfde geldt voor de heide op de Lemelerberg. ‘We krijgen een goed, gevarieerd ontwikkeld heidelandschap met bijvoorbeeld zandverstuivingen, bloeiende dop- en struikheide, gezonde jeneverbessen en heideveentjes’, zegt Schutte. Daarmee versterkt de natuur, waar onder meer de veldleeuwerik, nachtzwaluw en ook insecten als graafbijen en vlinders van profiteren. ‘Bovendien zijn de historische lagen van het landschap straks weer zichtbaar. We krijgen een nieuwe beleving van de natuur én het zicht op de berg terug.’