Foto: Shutterstock
Foto: Shutterstock

Kenmerkende broedvogels van bossen nemen vooral de laatste 10 jaar gemiddeld toe, evenals de meeste zoogdieren die voornamelijk in bossen voorkomen. Bosvlinders geven een meer gemengd beeld. Dat blijkt uit onderzoek van het Compendium voor de Leefomgeving.

De Nederlandse bossen hebben de afgelopen decennia flinke veranderingen ondergaan. Er zijn nieuwe bossen aangelegd, vooral in Laag Nederland. In Hoog Nederland worden de bossen gemiddeld ouder en ontstaat er meer variatie in opbouw; dood hout mag blijven liggen. Veel ongemengd naaldbos wordt omgevormd naar natuurlijker gemengd bos en loofbos. Hakhoutbossen, die ooit het merendeel van het Nederlandse bosareaal uitmaakten, zijn nu marginaal en vaak doorgeschoten en dichtgegroeid.

De aanleg van nieuwe bossen is voor sommige vogels voordelig, terwijl andere soorten, waaronder holenbroeders, het goed doen in de oudere bossen. Enkele soorten van oudere bossen gaan juist achteruit, waaronder fluiter en zwarte specht. Ook enkele vogelsoorten van naaldbos (kuifmees, zwarte mees) nemen af, mogelijk door omvorming van naaldbos naar loofbos. Roofvogels, zoals buizerd, havik en sperwer, nemen toe in bossen in laag Nederland, maar nemen af in bossen op hoge zandgronden, omdat ze daar weinig voedsel vinden van goede kwaliteit.

Sommige bosvlinders zijn er de laatste decennia op vooruitgegaan. Zo gaat een typische bossoort als de grote weerschijnvlinder de laatste jaren weer flink vooruit. Andere soorten doen het aanmerkelijk slechter. Zo kwam de kleine ijsvogelvlinder vroeger algemeen voor, maar nu veel minder. De keerzijde van het ouder worden van bossen is dat de hogere, dichtere begroeiing minder licht doorlaat en er ook minder open plekken in het bos zijn. De kleine ijsvogelvlinder komt voor op open plekken en bosranden van vochtige loofbossen waarin zijn waardplant kamperfoelie voorkomt. Door het ontstaan van rechte bosranden door grootschalig bosbeheer krijgt kamperfoelie in dergelijke bossen minder kans. Verdroging is ook een oorzaak voor de afgenomen populatie van deze soort.

Van de zoogdieren in bossen nemen hazelmuis en rosse woelmuis toe. De eekhoorn neemt daarentegen af. Boombewonende vleermuizen profiteren van de nieuwe bossen.